- De pasgeborene neemt van zichzelf de goeie positie, als men die op onze armen draagt. Deze positie moet gehouden worden in de draagdoek voor de kleinsten (tot ong 4-5 maand)Het is de kikkerhouding (zie photo) : bolle rug, knieën hoger dan de billen en benen lichtjes gespreid.
Alleen als de baby een heupdysplasie heeft, mogen de beentjes meer gespreid zijn. (Ikzelf heb mijn jongen met een zware heupdysplasie gedragen met de benen helemaal gespreid vanaf de geboorte op raad van de kinderarts) Binnenkort komt er een volledig artikel hiervan op deze blog ;-)
Het gezichtje van de baby mag niet tegen de borst van de ouder liggen, maar moet lichtjes naar boven gericht zijn, zodat zijn luchtwegen vrij blijven. (ong. 1 vinger onder zijn kin kunnen doen)

- Als ze wat groter zijn en hun hoofdje van zichzelf goed kunnen houden (ong 4-5 maand), zal men de zittende positie aannemen, met de benen gespreid rond het lichaam van de ouder, en nog steeds de knieën hoger dan de billen en een bolle rug. (zie photo, zelfde positie als men vooraan draagt.)
De stof van de draagdoek moet breed genoeg ontplooid worden over het zitvlak...tot in de holte van de twee knieën.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten